Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand: 4,5% b2c en 10,5% b2b in 2026
De interesten die u sinds 1 januari 2026 kunt aanrekenen als een klant uw facturen niet betaalt, zijn bekend.
-
Vastgoed in uw vennootschap: verkopen of verhuren als u stopt, en hoeveel houdt u privé netto over?
U bent van plan om over enkele jaren te stoppen met werken, in uw vennootschap zit nog een gebouw. U twijfelt tussen het gebouw verkopen en dan de vennootschap opdoeken, en het gebouw verhuren en de vennootschap houden. Wat zijn de verschillen en hoeveel houdt u privé netto over?
-
Uw verplaatsingskosten doorrekenen aan uw klant: hoe zit het met de btw?
Door de stijgende brandstofprijzen wil u uw verplaatsingskosten afzonderlijk doorrekenen aan uw klanten. Maar welk btw-tarief moet u daarop toepassen en zijn er speciale regels?
-
In welk boekjaar mag u uw kosten aftrekken in de vennootschapsbelasting?
Beroepskosten zijn aftrekbaar in de vennootschapsbelasting voor zover ze tijdens het belastbare tijdperk zijn gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden (art. 49 WIB 92).
De interestvoet daarvoor bepaalt u in principe zelf in uw overeenkomsten of algemene voorwaarden. Doet u dat niet, dan geldt de wettelijke interestvoet. Het tarief daarvan verschilt naargelang de klant een particulier of een onderneming is.
De wettelijke interestvoet voor transacties met particuliere klanten/consumenten (b2c) bedraagt voor 2026 4,5% (net zoals in 2025). Voor transacties tussen ondernemingen (b2b) is het tarief 10,5% voor de eerste helft van 2026 (net zoals in de tweede helft van 2025).