Minister niet akkoord met langere btw-teruggaaftermijn voor niet-EU btw-plichtigen
Een btw-plichtige die niet in de EU-gevestigd is, maar op zijn beroepsaankopen Belgische btw oploopt kan die btw terugvragen.
-
De lokale sportvereniging fiscaal vriendelijk sponsoren
Wilt u een lokale sportvereniging of andere vereniging financieel steunen? Dan kan u dat vaak op een fiscaal interessante manier doen via sponsoring. Betaalt u namelijk een bedrag in ruil voor publiciteit voor uw zaak, dan zijn die kosten in principe volledig fiscaal aftrekbaar als publiciteitskosten.
-
Gezinswoning aankopen in Vlaanderen aan 2% registratierechten, terwijl u reeds een ander pand bezit?
Koopt u in Vlaanderen uw enige gezinswoning, dan betaalt u in principe slechts 2% registratierechten in plaats van 12%. Daarvoor mag u, alleen of samen met de andere kopers, nog niet voor 100% volle eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond, in België of in het buitenland. Is dat wel het geval, dan geldt het gewone tarief van 12%.
-
De handgift en de bankgift of onrechtstreekse schenking
Hieronder bespreken we twee bekende technieken waarmee u uw vermogen en uw nalatenschap kunt optimaliseren: de handgift en de bankgift of onrechtstreekse schenking.
Een btw-plichtige die niet in de EU-gevestigd is, maar op zijn beroepsaankopen Belgische btw oploopt kan die btw terugvragen. Voor de teruggaaf is immers niet vereist dat de betrokkene in België of in de EU moet gevestigd zijn. Het verzoek tot teruggaaf moet binnen een bepaalde termijn ingesteld zijn, maar Europa laat die termijn door iedere EU-lidstaat zelf bepalen. In België zijn de teruggaafmodaliteiten vastgesteld in het uitvoerings-KB nr. 4. Het bepaalt dat de aanvraag tot teruggaaf ingediend moet worden uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.
Volgens o.m. Hof van Beroep dd. 3 december 2019 verjaart de vordering tot teruggaaf pas na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van teruggaaf van de btw zich heeft voorgedaan. Volgens het hof is het uitvoerings-KB nr. 4 dat voorziet in een kortere termijn dus strijdig met de verjaringstermijn van drie jaar. De minister van Financiën heeft echter te kennen gegeven zich niet neer te leggen bij de visie van het Hof en mogelijks cassatieberoep in te stellen. Van zodra hier meer nieuws over gekend is, brengt ons kantoor u hiervan op de hoogte.