Kinderoppas in kosten van vennootschap: privé belast op voordeel alle aard
In principe zijn kosten voor een kinderoppas aftrekbaar voor een vennootschap op basis van de zgn. bezoldigingstheorie, zo u m.a.w. kan aantonen dat uw vennootschap die kosten maakt in ruil voor de prestaties die u als bedrijfsleider voor uw vennootschap maakt (Cass. 14.10.2016).
-
De lokale sportvereniging fiscaal vriendelijk sponsoren
Wilt u een lokale sportvereniging of andere vereniging financieel steunen? Dan kan u dat vaak op een fiscaal interessante manier doen via sponsoring. Betaalt u namelijk een bedrag in ruil voor publiciteit voor uw zaak, dan zijn die kosten in principe volledig fiscaal aftrekbaar als publiciteitskosten.
-
Gezinswoning aankopen in Vlaanderen aan 2% registratierechten, terwijl u reeds een ander pand bezit?
Koopt u in Vlaanderen uw enige gezinswoning, dan betaalt u in principe slechts 2% registratierechten in plaats van 12%. Daarvoor mag u, alleen of samen met de andere kopers, nog niet voor 100% volle eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond, in België of in het buitenland. Is dat wel het geval, dan geldt het gewone tarief van 12%.
-
De handgift en de bankgift of onrechtstreekse schenking
Hieronder bespreken we twee bekende technieken waarmee u uw vermogen en uw nalatenschap kunt optimaliseren: de handgift en de bankgift of onrechtstreekse schenking.
Voor de gratis ter beschikking stelling van de kinderoppas zal een bedrijfsleider privé belast worden op een voordeel alle aard (VAA). Vermits een kinderoppas - net als een au pair of een persoon die kookt, opruimt en op de kinderen past – als huispersoneel kan beschouwd worden (parl. vr. nr. 1829, De Roover, 03.01.2024), mag gebruikt gemaakt van het forfait van huispersoneel dat wordt gewaardeerd op € 5.950 per jaar per voltijds tewerkgestelde persoon.
Het moet dan wel gaan om een ‘continu’ beschikking over iemand die tewerkgesteld is door de vennootschap. De Rulingdienst aanvaardt dat in geval van een deeltijdse tewerkstelling het VAA pro rata verminderd wordt, waarbij een voltijdse tewerkstelling geacht wordt 1.672 werkuren per jaar in te houden (voorafg. besl. nr. 2020.1336, 30.06.2020).
Voor specifieke, eenmalige of occasionele diensten moet het VAA geraamd worden op basis van de werkelijke waarde bij de verkrijger (parl. vr. nr. 308, Scourneau, 16.03.2021).