Hoeveel roerende voorheffing betaalt u op liquidatiereserves die u in 2026 uitkeert en wat verandert de nieuwe wetgeving?
De programmawet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026, wijzigt het fiscale regime van de zgn. liquidatiereserves.
-
De lokale sportvereniging fiscaal vriendelijk sponsoren
Wilt u een lokale sportvereniging of andere vereniging financieel steunen? Dan kan u dat vaak op een fiscaal interessante manier doen via sponsoring. Betaalt u namelijk een bedrag in ruil voor publiciteit voor uw zaak, dan zijn die kosten in principe volledig fiscaal aftrekbaar als publiciteitskosten.
-
Gezinswoning aankopen in Vlaanderen aan 2% registratierechten, terwijl u reeds een ander pand bezit?
Koopt u in Vlaanderen uw enige gezinswoning, dan betaalt u in principe slechts 2% registratierechten in plaats van 12%. Daarvoor mag u, alleen of samen met de andere kopers, nog niet voor 100% volle eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond, in België of in het buitenland. Is dat wel het geval, dan geldt het gewone tarief van 12%.
-
De handgift en de bankgift of onrechtstreekse schenking
Hieronder bespreken we twee bekende technieken waarmee u uw vermogen en uw nalatenschap kunt optimaliseren: de handgift en de bankgift of onrechtstreekse schenking.
Het fiscaal regime van de zgn. liquidatiereserves biedt aan KMO-vennootschappen sinds enige jaren de mogelijkheid om tegen een gunstig belastingtarief geld uit de vennootschap te halen.
Er moet dan eerst op de hiervoor gereserveerde winst door de vennootschap een anticipatieve heffing van 10% betaald worden.
Na een bepaalde wachttermijn kan de liquidatiereserve op een fiscaal voordelige manier als dividend worden uitgekeerd tegen een veel lagere roerende voorheffing dan de normale 30%.
Liquidatiereserves die u in 2026 uitkeert, worden aan één van de volgende tarieven belast, afhankelijk van de wachtperiode:
- 5% als op het moment van uitkering al ten minste vijf jaren verstreken zijn sinds de afsluitingsdatum van het boekjaar (bj.) waarvoor de liquidatiereserve geboekt werd. Concreet zijn dit liquidatiereserves van bj. 2014 t.e.m. bj. 2020;
- 6,5% als er sindsdien al drie of vier jaren voorbij zijn gegaan. Concreet zijn dit liquidatiereserves van bj. 2021 en bj. 2022;
- 20% voor een eerdere uitkering. Concreet zijn dit liquidatiereserves van bj. 2023 en bj. 2024.
De programmawet verhoogt nu de roerende voorheffing bij uitkering. Na een wachttermijn van minstens drie jaar betaalt u 9,8% roerende voorheffing op liquidatiereserves aangelegd sinds 31 december 2025. Keert u deze liquidatiereserves eerder uit, dan betaalt u het normale tarief van 30% roerende voorheffing. Dit geldt dus nog niet voor de liquidatiereserves die u uitkeert in 2026, want deze heeft u in principe aangelegd voor 31 december 2025.