Vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (VAPZ) wetswijzigingen vanaf 2026
Het ontwerp tot wijziging van de Programmawet van 24 december 2002 werd goedgekeurd. Hierdoor kunnen zelfstandigen sinds inkomstenjaar 2026 meer fiscaal voordelig sparen voor hun aanvullend pensioen via een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) of een sociaal vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (sociaal VAPZ). Daarnaast krijgen ook meer zelfstandigen in bijberoep toegang tot deze pensioenformule.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
Als zelfstandige kunt u op een fiscaal voordelige manier een extra pensioen opbouwen door premies te storten in een VAPZ of een sociaal VAPZ. Deze premies zijn onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar in uw personenbelasting.
Het bedrag dat u als zelfstandige jaarlijks mag storten, hangt in de eerste plaats af van uw geïndexeerd netto belastbaar inkomen van drie jaar geleden, dus het inkomstenjaar 2023 voor premies die u in 2026 betaalt. Voor een gewoon VAPZ mag u vanaf 2026 maximaal 8,50% (voorheen: 8,17%) van dat inkomen storten. Voor een sociaal VAPZ ligt dat maximum op 9,78% (voorheen: 9,40%). Daarnaast geldt er een absoluut maximumbedrag. Voor 2026 zijn de aftrekbare premies begrensd tot maximaal € 4.251,39 voor een gewoon VAPZ en € 4.891,60 voor een sociaal VAPZ.
De hervorming verruimt bovendien de toegang tot het VAPZ voor zelfstandigen in bijberoep en zelfstandigen in bijberoep die zich in de opstartfase bevinden. Voortaan kunnen zelfstandigen in bijberoep die sociale bijdragen moeten betalen op een jaarlijks beroepsinkomen van minstens € 1.922,16 een VAPZ afsluiten. De vroegere voorwaarde dat zij sociale bijdragen moesten betalen die minstens overeenstemden met de minimumbijdragen van een zelfstandige in hoofdberoep, verdwijnt.
Tot slot verduidelijkt de wet dat een zelfstandige altijd minstens de wettelijke minimumbijdrage voor een VAPZ mag betalen, ook wanneer de berekende bijdrage op basis van het beroepsinkomen lager uitvalt.