Vennootschapsbijdrage 2024 uiterlijk 31.12.2024 betalen
De vennootschapsbijdrage is de jaarlijkse bijdrage die uw vennootschap moet betalen aan het sociaal verzekeringsfonds.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
In principe krijgt uw vennootschap daarvoor een betalingsuitnodiging. De bijdrage voor 2024 bedraagt € 387,34 (i.p.v. € 384,44) voor kmo’s of € 967,52 (i.p.v. € 960,26) voor grote vennootschappen (balanstotaal boekjaar 2022 hoger dan € 831.990,83), hetzij een lichte stijging van 0,76% t.o.v. 2023. Betaalt uw vennootschap deze bijdrage niet (tijdig), dan riskeert ze een boete van 1% van de bijdrage per maand vertraging.
Sinds 2023 moet uw vennootschap de vennootschapsbijdrage maar uiterlijk 31.12 (i.p.v. 30.06) betalen. Door de betaaldatum naar 31.12 te verplaatsen zal op het ogenblik van de invordering het balanstotaal van de meeste vennootschappen gekend zijn en kan bijgevolg onmiddellijk de juiste bijdrage geïnd worden.
Onder bepaalde voorwaarden geldt er wel een tijdelijke vrijstelling. Een startende vennootschap kan immers in de eerste drie jaren van zijn bestaan een vrijstelling vragen. Voorwaarde is wel dat ze: (1) ingeschreven is in de KBO; (2) niet de vorm van een NV heeft; (3) dit uitdrukkelijk aanvraagt via een modelformulier dat verkrijgbaar is bij de sociale kas.