Tarief nalatigheidsinteresten wederom 4% in 2022
Nalatigheidsinteresten in de inkomstenbelasting zijn interesten die een belastingplichtige moet betalen wanneer hij zijn belastingen te laat betaalt.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
Nalatigheidsinteresten in de inkomstenbelasting zijn interesten die een belastingplichtige moet betalen wanneer hij zijn belastingen te laat betaalt. Tot eind 2017 was het tarief gelijk aan 7%.
Sinds 01.01.2018 worden de nalatigheidsinteresten anders berekend en wordt er gewerkt met een ondergrens en bovengrens van resp. 4% en 10%. Voor inkomstenjaar 2022/aanslagjaar 2023 is het tarief voor die interesten wederom vastgelegd op 4% (BS 27.10.2021, p. 110318) . De interesten zijn echter pas effectief verschuldigd als ze meer dan € 5 per maand bedragen. Voor btw-schulden die te laat betaald worden, ligt het tarief gevoelig hoger, nl. op 9,6%.