Programmawet van 18 juli 2025: nieuwe regels m.b.t. de liquidatiereserve bekendgemaakt
De programmawet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2025, wijzigt het fiscale regime van de zgn. liquidatiereserves.
-
Btw aangifte: wat als deadline in het weekend valt?
Door de invoering van de zogenaamde btw ketting vanaf 1 mei 2026 gelden er striktere regels voor het indienen van de Belgische btw aangifte. Daarbij rijst de vraag of u nog uitstel krijgt wanneer de indieningsdatum voor uw maand of kwartaalaangifte in het weekend of op een feestdag valt.
-
Vastgoed schenken aan uw kinderen aan 3%
U wilt vastgoed schenken aan uw kinderen en vraagt zich af welke schenkbelasting daarop van toepassing is. In de drie gewesten gelden dezelfde tarieven: 3% op de eerste schijf tot € 150.000, 9% op de schijf tot € 250.000, 18% tot € 450.000 en daarboven 27%.
-
Afrekening sociale bijdragen via Peppol: wat moet u doen?
Zoals u weet ontvangt u sinds 1 januari 2026 in principe alle facturen gericht aan uw vennootschap via Peppol. Wat als u ook uw afrekening voor uw persoonlijke sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2026 via Peppol heeft ontvangen?
Het fiscaal regime van de zgn. liquidatiereserves biedt aan KMO-vennootschappen sinds enige jaren de mogelijkheid om tegen een gunstig belastingtarief geld uit de vennootschap te halen.
Er moet dan eerst op de hiervoor gereserveerde winst door de vennootschap een anticipatieve heffing van 10% betaald worden.
Na een bepaalde wachttermijn kan de liquidatiereserve op een fiscaal voordelige manier als dividend worden uitgekeerd tegen een veel lagere roerende voorheffing dan de normale 30%.
De programmawet brengt de volgende wijzigingen aan sinds 29 juli 2025, tenzij hierna anders vermeld:
- Kortere wachttermijn: de minimale wachttijd voor het uitkeren van een liquidatiereserve daalt van 5 naar 3 jaar.
- Hoger tarief roerende voorheffing: op liquidatiereserves aangelegd vanaf 1 januari 2026 stijgt het tarief van de roerende voorheffing bij uitkering van 5% naar 6,5%.
- Keuzemogelijkheid voor oudere reserves: voor liquidatiereserves die vóór 1 januari 2026 zijn aangelegd, kan men kiezen: uitkering na 3 jaar tegen 6,5% roerende voorheffing, of na 5 jaar tegen het oude tarief van 5%.
Wordt de wachttermijn niet gerespecteerd en wordt de reserve binnen de 3 jaar uitgekeerd (i.p.v. voorheen binnen de 5 jaar), dan geldt het standaardtarief van 30% roerende voorheffing.