Prijsvoordeel aankoop onroerend goed niet belastbaar als divers inkomen
Een particulier die een onroerend goed aankoopt tegen een prijs die (veel) lager ligt dan de eigenlijke marktwaarde, riskeert de fiscus tegen de borst te stoten.
-
Btw aangifte: wat als deadline in het weekend valt?
Door de invoering van de zogenaamde btw ketting vanaf 1 mei 2026 gelden er striktere regels voor het indienen van de Belgische btw aangifte. Daarbij rijst de vraag of u nog uitstel krijgt wanneer de indieningsdatum voor uw maand of kwartaalaangifte in het weekend of op een feestdag valt.
-
Vastgoed schenken aan uw kinderen aan 3%
U wilt vastgoed schenken aan uw kinderen en vraagt zich af welke schenkbelasting daarop van toepassing is. In de drie gewesten gelden dezelfde tarieven: 3% op de eerste schijf tot € 150.000, 9% op de schijf tot € 250.000, 18% tot € 450.000 en daarboven 27%.
-
Afrekening sociale bijdragen via Peppol: wat moet u doen?
Zoals u weet ontvangt u sinds 1 januari 2026 in principe alle facturen gericht aan uw vennootschap via Peppol. Wat als u ook uw afrekening voor uw persoonlijke sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2026 via Peppol heeft ontvangen?
Een particulier die een onroerend goed aankoopt tegen een prijs die (veel) lager ligt dan de eigenlijke marktwaarde, riskeert de fiscus tegen de borst te stoten. In een zaak die op 14 september 2020 voor de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel kwam, wou de fiscus dit bij de koper in de personenbelasting belasten als een zgn. divers inkomen aan 33% omdat in zijn ogen ging om een abnormaal verrichting van beheer op basis van art. 90, 1° WIB92.
De rechter is heel duidelijk. Een belasting als divers inkomen op basis van art. 90, 1° WIB92 vereist winst of baten uit toevallige of occasionele prestaties, verrichtingen of speculaties. Dit kan enkel als deze gerealiseerd zijn buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid en zich afspelen buiten het normaal beheer van een privévermogen. Echter, hypothetische of toekomstige winst of baten worden niet bedoeld door art. 90,1° WIB’92. Het louter hebben van een prijsvoordeel bij een aankoop, zelfs al is er sprake van een abnormale verrichting, is bijgevolg onvoldoende, aldus de rechter in eerste aanleg.