Onroerende verhuur of recht om beroepswerkzaamheid uit te oefenen?
Het verschil tussen een onroerende verhuur is dat die in principe vrijgesteld is van btw, terwijl het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen niet is vrijgesteld.
-
Kilometervergoeding licht geïndexeerd sinds 1 juli 2026
Als een bestuurder of werknemer beroepsmatige verplaatsingen maakt met zijn eigen auto, motorfiets of bromfiets, dan kan hij daarvoor een forfaitaire onkostenvergoeding van resp. zijn vennootschap of zijn werkgever krijgen.
-
Vraag om inlichtingen van de Btw: antwoordtermijn in principe één maand
De btw kan u een vraag om inlichtingen sturen om gegevens op te vragen die nodig zijn om de juiste toepassing van de btw te controleren. Daarbij kan de administratie feitelijke gegevens, boekhoudkundige informatie, contracten en andere documenten opvragen, voor zover die nuttig zijn om de btw-behandeling van bepaalde prestaties te beoordelen.
-
De lokale sportvereniging fiscaal vriendelijk sponsoren
Wilt u een lokale sportvereniging of andere vereniging financieel steunen? Dan kan u dat vaak op een fiscaal interessante manier doen via sponsoring. Betaalt u namelijk een bedrag in ruil voor publiciteit voor uw zaak, dan zijn die kosten in principe volledig fiscaal aftrekbaar als publiciteitskosten.
Het gevolg daarvan is dat bij een onroerende verhuur de verhuurder weliswaar geen btw moet rekenen, maar dat de verhuurder dan in principe geen btw op de investeringen en lopende kosten in verband met het onroerend goed kan recupereren. Bij het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen is dat wel mogelijk vermits dat immers aan (21%) btw onderworpen is.
Bij een onroerende verhuur is het essentiële voorwerp de louter passieve terbeschikkingstelling van een onroerend goed. De huurder krijgt dan het recht om het goed te gebruiken alsof hij zelf de eigenaar is. Er is m.a.w. een exclusief genot. Bij een contract dat het recht verleent om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen, bestaat het essentiële voorwerp niet in de passieve terbeschikkingstelling van een onroerend goed, maar wel in het verlenen van het recht zelf aan iemand om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen. Er is in dat geval dus geen exclusief genot.
Klassiek voorbeeld zijn de kraampjes in het station waarbij zij het recht verkrijgen om drank, snacks, enz. te verkopen. De verkoper heeft dan duidelijk ook geen exclusief recht op die ruimte vermits hij die alleen mag gebruiken om zijn producten te verkopen.