Mag u een afschrijvingstermijn zelf kiezen?
Wanneer u investeert in bedrijfsmiddelen met een beperkte levensduur, moet u deze afschrijven over hun verwachte gebruiksduur. Maar hoe bepaalt u die termijn?
-
Btw aangifte: wat als deadline in het weekend valt?
Door de invoering van de zogenaamde btw ketting vanaf 1 mei 2026 gelden er striktere regels voor het indienen van de Belgische btw aangifte. Daarbij rijst de vraag of u nog uitstel krijgt wanneer de indieningsdatum voor uw maand of kwartaalaangifte in het weekend of op een feestdag valt.
-
Vastgoed schenken aan uw kinderen aan 3%
U wilt vastgoed schenken aan uw kinderen en vraagt zich af welke schenkbelasting daarop van toepassing is. In de drie gewesten gelden dezelfde tarieven: 3% op de eerste schijf tot € 150.000, 9% op de schijf tot € 250.000, 18% tot € 450.000 en daarboven 27%.
-
Afrekening sociale bijdragen via Peppol: wat moet u doen?
Zoals u weet ontvangt u sinds 1 januari 2026 in principe alle facturen gericht aan uw vennootschap via Peppol. Wat als u ook uw afrekening voor uw persoonlijke sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2026 via Peppol heeft ontvangen?
De wet legt enkel voor immateriële vaste activa (zoals cliënteel) een minimale termijn op: vijf jaar, of drie jaar bij investeringen in onderzoek en ontwikkeling (art. 63 WIB92).
Voor andere activa zijn er geen wettelijke termijnen, maar de fiscus hanteert wel richtlijnen voor bepaalde categorieën van investeringen (Comm. IB 92, nr. 61/104-135), bv. 20 jaar voor industriële gebouwen, 33 jaar voor handels- en kantoorgebouwen, 5 jaar voor rollend materieel en 10 jaar voor meubilair. U bent daar niet strikt aan gebonden, maar als u sneller afschrijft dan wat de fiscus redelijk vindt, moet u dit goed kunnen motiveren, bv. omdat het goed tweedehands is, intensief gebruikt wordt…
Schrijft u volgens de fiscus te snel af, dan zal hij voor de betreffende boekjaren het verschil tussen de geboekte afschrijving en de afschrijving die hij aanvaardt, belasten (en dus finaal een deel van de afschrijvingen één of meerdere boekjaren naar achter schuiven), tenzij u overtuigend kan aantonen dat een kortere termijn gerechtvaardigd is.