Effectentaks ongrondwettig
De effectentaks is een jaarlijks verschuldigde taks van 0,15% op de gemiddelde waarde van effectenrekeningen van ten minste € 500.000.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
De effectentaks is een jaarlijks verschuldigde taks van 0,15% op de gemiddelde waarde van effectenrekeningen van ten minste € 500.000. Die gemiddelde waarde wordt bekomen door de waarde op bepaalde referentietijdstippen te nemen, nl. op 31.12, 31.03, 30.06 en 30.09, en te delen door het aantal referentietijdstippen.
De taks was voor de eerste keer verschuldigd voor 2018. De aangifte ervan moest gebeuren samen met de aangifte in de personenbelasting voor inkomstenjaar 2018/aanslagjaar 201), dus normaal uiterlijk op 24.10.2019. Deze termijn is echter verlengd tot en met 05.11.2019. De betaling ervan moest uiterlijk gedaan zijn op 31.08.2019.
Het Grondwettelijk hof heeft op 17.10.2019 geoordeeld dat de effectentaks echter discriminerend en dus ongrondwettig is. De afschaffing van de effectentaks geldt weliswaar enkel voor de toekomst. De effectentaks blijft dus alsnog verschuldigd voor de zgn. referentieperiodes die eindigen vóór of op 30.09.2019.